Definities

Geroscoop:

De Geroscoop geeft informatie over de geschiktheid van woningen en woonbuurten voor ouderen, uitgaande van gangbare definities (zie hieronder). Met deze informatie kan worden nagegaan of / in hoeverre woningen of woonbuurten aanpassingen behoeven om de geschiktheid voor ouderen te vergroten.

De gegevens zijn afkomstig uit de Basisinformatie Adressen en Gebouwen (BAG), van het het CBS, van coördinaten van bushaltes, adressenoverzichten van fysiotherapeuten en locaties voor verpleging en verzorging.

De Geroscoop is ontwikkeld door Questan.
Geschikte woning:

Een woning is geschikt voor ouderen, wanneer deze, ook met toenemende lichamelijke beperkingen, goed bewoond kan worden.

Een woning wordt als 'geschikt' beschouwd, wanneer deze:
  • toegankelijk is zonder trappen te hoeven lopen (hiertoe behoren eengezinswoningen, benedenwoningen en flatwoningen met lift)
Een woning wordt als 'gedeeltelijk geschikt' beschouwd:
  • wanneer binnen een eengezinswoning de badkamer (met toilet) en de slaapkamer zich op dezelfde verdieping bevinden en er voldoende ruimte is voor het aanleggen van een traplift.
  • wanneer een eengezinswoning een relatief grote benedenverdieping heeft (> 75 m2), zodat daar eventueel een extra slaap- en badkamer kunnen worden aangelegd.
Voor het bepalen van de geschiktheid van eengezinswoningen is gebruik gemaakt van de criteria uit de 'Doorzonscan', waarvan de belangrijkste zijn:
  • woninggrootte: hoe groter, hoe meer ruimte voor gebruik van hulpmiddelen en het installeren van een traplift.
  • bouwperiode: mede door bepalingen in het Bouwbesluit is er een verband tussen bouwperiode en woningindeling.
De Doorzonscan onderscheidt verder het eigendom: huur- of koop. Vanwege het ontbreken van informatie op woningniveau (en omdat het voor de resultaten van minder belang is) is dit gegeven buiten beschouwing gelaten.

De kans op geschiktheid van een eengezinswoning is volgens de Doorzonscan op de volgende manier afhankelijk van grootte en bouwperiode.

Kengetallen potentieel geschikte huurwoningen

 

 

tot 250m3

250m3-300m3

300m3 en groter

tot 1965

0%

5%

5%

1965-1980

15%

25%

25%

1980 en later

40%

40%

75%

 

 

 

 

 

 

 

 

Kengetallen potentieel geschikte koopwoningen

 

 

tot 300m3

300m3-350m3

350m3 en groter

tot 1965

15%

20%

30%

1965-1980

15%

60%

90%

1980 en later

70%

70%

90%


Bron: De Doorzonscan; meetinstrument voor de potentiële geschiktheid van eengezinswoningen voor ouderen. Houten, Laaglandadvies, 2008


In de Geroscoop is de inhoud omgerekend naar oppervlakte (uitgangspunt dat een bouwlaag gemiddeld 3 meter hoog is) en zijn de kansen op geschiktheid tussen huur en koop gemiddeld.
Geschikte woonbuurten

In Duitsland bezigt men wel de criteria Arzt-Aldi-Apotheker om aan te geven welke buurten geschikt zijn voor ouderen (Lezing Prof. dr. G. de Kam; Gouda, 14 december 2015). Ofwel: een huisarts(enpost), een supermarkt en een apotheek als basisvoorwaarden voor een geschikte buurt voor ouderen.

Rigo onderzocht op basis van interviews met deskundigen waaraan een woonomgeving moet voldoen voor mensen die voorheen een verzorgingshuisindicatie kregen (ZZP VV 1 t/m 4). De onderzoekers concluderen dat vooral de aanwezigheid van een supermarkt en een ontmoetingspunt van belang zijn voor het zelfstandig wonen van ouderen met lichamelijke beperkingen (zie voor het complete overzicht onderaan deze pagina).

In ons onderzoek is uitgegaan van de gemiddelde afstand van woonadressen tot essentiële voorzieningen. Naarmate een voorziening vaker door ouderen wordt bezocht, is deze zwaarder meegewogen. De wegingsfactor is gebaseerd op het geschatte aantal bezoeken per jaar.
  • Supermarkt / winkel voor dagelijkse boodschappen: (52; eenmaal per week)
  • Huisarts (12)
  • Apotheek (12)
  • (Ontmoetingspunt in) zorginstelling (12)
  • Fysiotherapeut (6)
  • Warenhuis (6)
  • Horeca (6)
Het resultaat is een gewogen afstand tot de genoemde voorzieningen. In de praktijk varieert deze tussen circa 300 m en 5 km.
'Grijze druk'

In de demografie wordt de term 'grijze druk' gezien als het aantal 65-plussers in een gebied ten opzichte van het aantal personen van 20-65 jaar in dat gebied. Hier gaan we uit van:

Het aantal personen vanaf 75 jaar in een zelfstandige woning per 100 geschikte woningen (volgens de definitie hierboven) in een gebied.  

Het aantal 75-plussers in een zelfstandige woning is beschouwd als het aantal 75-plussers volgens het CBS, verminderd met het aantal appartementen in verzorgings- en verpleeghuizen.

Of een hoge 'grijze druk' in de praktijk problematisch is, hangt ondermeer samen met de mate waarin binnen een gebied 75-plussers in geschikte woningen wonen (geschikte woningen worden uiteraard ook door jongere huishoudens bewoond).


Bijlage: Omgevingscriteria volgens Rigo


Essentieel zijn de mogelijkheid voor alarmering (de snelheid waarmee eventueel hulp kan worden ingeroepen en de mate waarin toezicht kan worden gehouden), de geschiktheid van de woning (beugels, nultredenwoning, rolstoelgeschiktheid), de geschiktheid van de woonomgeving (winkels voor dagelijkse levensbehoeften en mogelijkheden voor ontmoeting en de geschiktheid van de (semi-) openbare ruimte voor rollators en rolstoelen).

    1 2a 2b 3 4b 4c
Minder sociaal redzaam Beginnend PG Somatisch matig Somatisch zwaar Zintuiglijk en fysiek Psychisch en fysiek
Alarm/toezicht            
alarm/contact 24/7 2 3 3 3 3
alarm 20-30 min 2 3 3 3
alarm < 10 min 2 2,5 3
Woning
beugels 2 2 3 3 3 3
nultrede 1 1 2 3 3 2
rolstoelgeschikt 1 2,5
Woonomgeving
winkels dagelijks < 100m 1 3 2 1
winkels dagelijks < 1000m 3 3 3 3 3
ontmoeten/activiteiten < 100m 1 1 3 2 1
ontmoeten/activiteiten < 1000m 3 1 3 3 2 2
Openbare ruimte
rollatorgeschikt 3 3 3 2
rolstoelgeschikt     3 2,5 2  
1 Fijn en prettig. (Maakt het leven prettiger (bij afwezigheid niet onoverkomelijk).
2 Zeer wenselijk (doet afbreuk aan kwaliteit van het leven als het er niet is). 
2,5 Voor een deel van de doelgroep noodzakelijk, voor een deel zeer wenselijk.
3 Noodzakelijk. Indien afwezig, zijn compenserende maatregelen nodig.
  Randvoorwaarde is meestal onvoldoende. Zelfstandig wonen is niet mogelijk.

Bron: Rossum, F. van e.a. Randvoorwaarden voor extramuraal wonen bij ZZP's VV 01 t/m 04. RIGO, maart 2014, p.58.